• +31 (0)6 4875 8279
  • info@ankanglin.nl

Auteur archief

Acht Brokaat Oefeningen – Qigong voor een gezond leven

Het heeft even geduurd maar het boek “Acht Brokaat Oefeningen – Qigong voor een gezond leven” is eindelijk af!

Het boek legt de eeuwenoude Qigong-reeks stap-voor-stap uit en is daardoor uitermate geschikt voor eenieder die de oefenreeks zelf thuis zou willen leren. Voor degene die geïnteresseerd is in waarom deze oefeningen de gezondheid kunnen bevorderen, leg ik in het tweede hoofdstuk van elke oefening de energetisch werking uit. Met deze kennis kan je jezelf corrigeren en het maximale uit de oefeningen halen!

Boek is voor 28,95 euro te bestelen op: Boekenbestellen.nl *

* voor leerlingen geldt de gereduceerde prijs van 25 euro (mail me hiervoor)

Ga Fung

Het voetstuk

Het gebeurt geregeld dat tijdens een les een leerling in het kader van een oefening stelt: “maar jij traint al meer dan tien jaar!” De opmerking is enerzijds terecht, want zonder meer is het zo dat vaardigheid verkregen wordt door langdurig training en onderzoek. Anderzijds is het direct een valkuil en plaats zo’n leerling mij (onbewust) in zijn/haar beleving op een voetstuk. En hoewel een beetje respect richting je leraar natuurlijk niet slecht is, is het plaatsnemen op het neergezette voetstuk voor mij net een stap te ver. Niet alleen omdat men verwacht dat ik meer dan alleen mens ben, maar belangrijker nog is dat de leerling hiermee zichzelf beperkt in zijn/haar ontwikkeling. De opmerking is namelijk vaak ook een verkapte excuus om het niet te hoeven kunnen, waardoor er ook niet gezocht hoeft te worden. Vergeten wordt dat ook de leraar net als de leerling gewoon mens is en vaardigheid verworven kan worden met simpelweg oefenen. Daarom krijgt de leerling van mij in zo’n geval steevast een voorval van mij te horen dat zich jaren geleden in China in het Altaar des Hemels park afspeelde:

Met een studiegenoot slenterde ik door het park, totdat we bij toeval bij een speeltuin uitkwamen. Speeltuin voor ouderen wel te verstaan, want er waren allemaal eenvoudige fitness stellages waar heel wat vrouwen en mannen met grijze haren mee speelden. Na even rondgekeken te hebben viel ons oog op een opa van rond in de zeventig die voor een rek stond van ongeveer 2 meter 10 hoog. Hij keek even omhoog en sprong achteloos omhoog om aan de stok te hangen. Zo hing hij d’r een paar seconden stil in de lucht, waarna hij zich optrok om wederom even stil te hangen. Vervolgens zwaaide hij sierlijk om de stok heen. Eenmaal, tweemaal, driemaal… het ging maar door en er leek geen einde aan te komen! Met open mond stonden wij beiden vol ongeloof toe te kijken en nadat het kennelijk hem begon te vervelen landde hij weer met beide voeten op de grond, om vervolgens even achteloos weer door te slenteren naar de volgende stellage. Dit schouwspel bewonderd te hebben kon het niet anders dan dat onze mannelijk trots de overhand zou nemen en zouden wij het met dezelfde achteloosheid en gemak imiteren. Dat wil zeggen: ik ging het nadoen. Correctie, ik deed een poging, die als poging weliswaar succesvol was, maar ansicht niet als succesvol bestempeld kon worden. Nog voordat ik een halfrondje om de stok had gezwaaid, nam de zwaartekracht het over en viel ik met een dreun op de grond. Als een schildpad op z’n rug lag ik daar op de grond af te vragen wat fout was gegaan, want wat die oude opa deed zou ik als jonge knaap toch ook met dezelfde gemak moeten kunnen uitvoeren? Met de val had mijn mannelijke trots natuurlijk een behoorlijke deuk opgelopen en met elke seconde die verstreek liep het nog meer deuken op. Want terwijl ik overeind krabbelde stonden twee kleine jongens mij zonder enig medelijden openlijk uit te lachen…

Later zou ik van een oudeheer met indrukwekkende baard te horen krijgen dat hij en veel van de ouderen die in het park rondliepen pas vanaf hun pensionering waren begonnen met oefenen…

            Bij het beoefenen van deze kunsten is het belangrijk om in het oog te houden dat de leraar slechts het levend bewijs is van vaardigheden die de mens kan verwerven. Laat je leraar geen handrem voor je worden, maar juist een inspiratiebron zijn in de oneindige potentie die wij als mens bezitten. In het zoeken naar persoonlijke vaardigheden is eigenlijk maar één vraag relevant: “Wil je het kunnen en wat heb je ervoor over om het te bereiken?

Ga Fung

De vijf uitputtingen en zeven verwondingen naar achter wegkijken

Degene die mij een beetje kennen weten dat ben ik een groot voorstander ben van het beoefenen van de Baduanjin (8 Brokaat oefenreeks). Het zijn acht simpele oefeningen die in korte tijd de gezondheid kunnen verbeteren en is daarom het eerste wat mijn leerlingen te leren krijgen (en soms ook patiënten). Over de werking van de oefeningen is echter weinig bekend/duidelijk en ben ik al enige tijd bezig met het schrijven van een lesboek dat het achterliggende verhaal uitlegt (hopelijk voor de herfst beschikbaar). Bij het schrijven en onderzoeken kom ik geregeld pareltjes tegen. In sommige gevallen zijn dit mooie uitbreidingen op de oefeningen, waardoor met de juiste uitvoer het nog beter kan werken. In andere gevallen zijn het aannames die achteraf niet blijken te kloppen. Een mooi voorbeeld hiervan is de vijfde oefening: “De vijf uitputtingen en zeven verwondingen naar achter wegkijken.” “De vijf uitputtingen en zeven verwondingen” is een Chinees spreekwoord die gebruikt wordt om iemand te omschrijven die fysiek versleten is door jarenlange zware arbeid en veel kwaaltjes kent. Het spreekwoord is afkomstig uit het toneelstuk “Cai Shun biedt de neergedaalde moerbei vrucht aan zijn moeder” (jiang sang shen cai shun feng mu, 降桑椹蔡順奉母) geschreven door Liu Tangqing in de Yuan dynastie (1271 – 1368). In het stuk scheppen een hofarts en een dwaas op over hun geneeskundige kwaliteiten en proberen ze elkaar af te troeven met wat ze wel niet kunnen genezen. Op den duur stelt de dwaas dat hij de vijf uitputting en de zeven verwondingen kan genezen. Wat dit mag wezen laat Liu echter in het midden en de dialoog vervolgt met het opsommen van nog meer aandoeningen die behandeld kunnen worden door zowel de dwaas als de hofarts. Uit het feit dat Liu “vijf uitputtingen en zeven verwondingen” zonder enige vorm van toelichting noemt kan men ervanuit gaan men dat de term toen al gangbaar was. 

Vandaag de dag wordt in het algemeen aangenomen dat de “vijf uitputtingen en zeven verwondingen” een verwijzing is naar de “Klassieken van de Gele Keizer”. De “vijf uitputtingen” komen hierin inderdaad voor en worden als volgt beschreven:

De vijf uitputtingen beschadigen het volgende: 
          langdurig kijken schaadt het bloed;
          langdurig liggen schaadt de qi;
          langdurig zitten schaadt het vlees;
          langdurig staan schaadt de botten;
          langdurig lopen schaadt de pezen;
dit zijn zogezegd wat de vijf uitputtingen beschadigd.

Over de “zeven verwondingen” wordt echter geen woord gerept, maar over het algemeen wordt gesteld dat hiermee de zeven emoties worden bedoeld. Deze komen echter niet terug in de “Klassieken van de Gele Keizer” en het vaak aangehaalde citaat telt slechts zes emoties:

Woede laat qi stijgen, 
vreugde laat qi vertragen,
verdriet laat qi oplossen, 
angst laat qi dalen, 
piekeren laat qi stagneren, en
vrees laat qi dalen.

Hoewel dit niet verwonderlijk is, want de zevende niet genoemde emotie is in de Chinese geneeskunde “you” (憂), wat zich het best laat vertalen als weemoed, en daarbij een groot overlap kent met “verdriet”, is de verwijzing wel zeer discutabel. Want terecht kan afgevraagd worden waarom men dan het niet de “vijf uitputtingen en zeven emoties” (wu lao qi qing, 五勞七情) zouden noemen. 

Als we in de medische klassieken verder graven dan komen we wel vrij vroeg de “vijf uitputtingen, zes extremen en zeven verwondingen” tegen in het werk van Zhang Zhongjing (150 – 219): “de Essentiële Voorschrijvingen van de Gouden Kast” (jin gui yao lue, 金匮要略), echter zonder verdere toelichting. Pas een paar eeuwen later komen we in het “Overzicht van de bron van alle ziekten van de familie Chao” (Chao shi zhu bing yuan hou zong lun, 巢氏諸病源候總論), samengesteld onder leiding van de hofarts Chao Yuanfang in 610, de uitleg hierover tegen. In tegenstelling tot wat we eerder in de “Klassieken van de Gele Keizer” dachten te lezen in de zeven verwondingen wordt hieronder andere het volgende over gezegd:

De zeven verwondingen zijn: 1) interne koude; 2) impotentie; 3) aandrang tot plassen; 4) premature ejaculatie; 5) weinig sperma en veel afscheiding; 6) heldere dunne sperma; 7) frequent of moeilijk urineren.


Eigenlijk zijn het dus allemaal klachten die bij een nier yang deficiëntie horen en heeft het weinig te maken met de zeven emoties.

Ga Fung

Belang van de namen

Eén van de oefenreeksen waar we in mijn school veel mee werken is de  baduanjin (8 brokaat oefeningen), een rekken en strekken oefensetje, die heerlijk is om de dag mee te beginnen. Omdat de Chinese namen voor de meesten lastig te onthouden zijn, kort ik ze vaak simpel af tot de “eerste oefening”, “tweede oefening”, etc.. Desalniettemin sta ik altijd stil bij de Chinese naam, want vaak is veel uitleg hierin vervat.

Een mooi voorbeeld is de tweede oefening: zuoyou kaigong si shediao (左右開弓似射雕), vrij vertaald: “links en rechts de boog openen, alsof je een adelaar schiet”. Los dat de naam heel dichterlijk is, legt het met een kort zinnetje tot in detail uit hoe je het hoort uit te voeren. Want behalve dat je de oefening beide kanten op uitvoert (links en rechts), zegt het openen van een boog het volgende:

  1. De bogen in het oude China hadden in tegenstelling tot de moderne bogen van nu geen vizier. Bij het openen van de boog hield je de pees daarom rond oog hoogte voor het oor om te richten en niet zoals nu onder de kin.
  2.  De voorste arm, waarmee de boog vastgehouden wordt, mag niet over-strekt zijn. Bij het schieten van de pijl slaat anders de pees tegen de binnenzijde van de onderarm.
  3. Bij Chinees boogschieten houd je de boog boven je hoofd en door te spreiden van je armen trek je de boog open (net als bij kyudo – japans boogschieten). De praktische reden hiervoor is dat bij Chinees boogschieten vanuit gegaan wordt dat je op een paard zit.
  4. Met het bovenstaande komen we direct uit bij puntje 4: je staat in een mabu – paardenstand, aangezien je op een paard hoort te zitten.

Als laatste wordt gesproken over “alsof je een adelaar schiet“. Dit stukje legt enerzijds uit dat je ver moet kijken om op de adelaar te richten. Anderzijds gaat het hierbij om focus en innerlijke rust te vinden: boogschieten was daarom een belangrijk onderdeel van de traditionele confucianistische opvoeding.

Ga Fung

Werking van de drie TCM pijlers

De Chinese geneeskunst beziet de mens vanuit een energetisch perspectief, waarbij de uiting van ziekten een gevolg zijn van een verstoring van de energetische circulatie. Binnen deze context wordt genezing dus gezien als een herstel van de circulatie, die via de meridianen verloopt. Vandaag de dag kent men binnen de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG) drie grote pijlers: acupunctuur, tuina massage en kruiden. Over deze drie pijlers bestaat veel onduidelijkheden en misverstanden. Zo hoor je vaak dat acupunctuur werkt door acupunctuur punten te prikken, tuina massage qi en bloed beweegt en kruiden met name bij leegte patronen goed werken (waar de andere twee niks tot weinig mee zouden kunnen).

Om te begrijpen hoe de drie kunsten echt werken is het echter handig om het energetisch systeem als een tuinslang (meridianen) te zien waar water (qi en bloed) doorheen stroomt. Binnen deze analogie werken de drie disciplines als volgt:

  • Acupunctuur: creëert met de naald een golfslag in het water in de tuinslang, waardoor de stroming van het water hersteld.
  • Tuina: knijpt, trekt en rekt de tuinslang, waardoor net als bij acupunctuur de stroming van het water hersteld wordt.
  • Kruiden: verandert de waterkwaliteit en -kwantiteit.

Zowel acupunctuur, als tuina kunnen door de beweging van de stroming de organen beïnvloeden en daardoor dus ook de opname van voedingsstoffen en transformatie naar bloed en qi toe bevorderen. Kruiden veranderen ook de stroming, zij het op een andere manier: wanneer de kwaliteit en kwantiteit van het water verandert, stroomt het dus ook anders door de tuinslang heen.

Dus ondanks dat de drie methoden totaal anders lijken, doen ze uiteindelijk hetzelfde (zij het via een andere ingang). Voor de keuze van een bepaalde therapie vorm is eigenlijk de type klacht minder van belang (uitzonderingen daar nagelaten), maar is het eerder afhankelijk van de patiënt (staat hij/zij ervoor open, hoe frequent kan iemand langskomen, etc.) en natuurlijk de voorkeur van de therapeut.

Ga Fung

What’s in a name?

Toen ik vroeger mezelf voorstelde kreeg ik geregeld de vraag wat mijn naam betekende. Enerzijds vond ik dat altijd frappant, want andersom wordt nooit de vraag gesteld wat bijvoorbeeld ‘Jan’ of ‘Piet’ betekent. Anderzijds klopt de intuïtie van de westerling toch ook: Chinese namen hebben vaak een betekenis en zijn vaak een wens van ouders aan het kind.

Dat een naam een wens is, geldt ook voor de praktijk naam: Ankanglin (安康林). Het woord voor gezondheid in het Chinees is jiankang (健康). Het eerste karakter jian staat voor zhuangjian (壯健)  en verwijst naar de fysieke gezondheid. Het tweede karakter kang staat voor 安康 en betekent vrij vertaald ‘stilte in het hart’, wat naar de psychische gezondheid verwijst. Het karakter 林 heeft meerdere betekenissen. Meest voorkomend is ‘bos’, ‘bos met bomen’ of ‘bamboebos’. Vrij vertaald betekent Ankanglin dus:

“Het Bamboebos van Stilte in het Hart’ 

De Chinese taal kenmerkt zich echter door verschillende betekenislagen van de karakters en zo ook heeft de naam Ankanglin meerdere betekenissen en verwijzingen. Ankang, rust in het hart, vereist een vrije stroom van energie en bloed en dus ben je ook direct fysiek gezond, waarbij de ziel niet verhinderd is om zijn levenspad te volgen. Het karakter lin kan naast de betekenis ‘bamboebos’ ook de betekenis van samenkomen hebben. In die zin is de praktijk dus een plaats waar mensen bijeenkomen en elkaar helpen om hun levenspad te vinden.

Als we nog een laagje van de ui afpeuteren dan zullen we zien dat de keuze naar ‘bamboebos’ niet willekeurig is. In de Chinese oudheid is bamboe een verwijzing naar de junzi (君子), iemand die het hemels mandaat bezit: de keizer. Door Confucius is de term later breder getrokken en wordt het sindsdien met de ware heer geassocieerd. De ware heer is oprecht, zo recht als bamboe en is instaat om weerbarstig weer te doorstaan zonder zijn idealen en oprechtheid op te geven. Daarnaast heeft hij een groot hart, die leeg van ego is, zoals de holle binnenkant van een bamboe. Hij staat daarbij dus open tussen en aangesloten met hemel en aarde, waardoor je je eigen levenspad, de dao (道), volgt. Als wij dat energetisch uitleggen zou je het kunnen omschrijven als de chongmai die open staat en vanuit een spirituele perspectief is het de weg naar verlichting.

Ankanglin is dus naast de dichterlijk vertaling: “het bamboebos van stilte in het hart” een wens. Een wens om een plaats te bieden aan een ieder die zoekt gezond te worden, te blijven en zich wilt ontplooien volgens zijn of haar levenspad! Als laatste is Ankanglin in een notendop de uitleg hoe je het kunt bereiken en zijn alle geheimen dus vervat in de naam zelf.

Ga Fung

Overdracht van Chinese kunsten

Wanneer het aankomt op Chinese kunsten dan is één van de meest aangehaalde dogma’s zonder meer het concept lineage. Of simpelweg gezegd: wie is je leraar? Het idee is vaak dat wanneer je uit een beroemde/oude lijn komt dan zal het kwalitatief wel in orde zijn. Nu kun je terecht meerdere vraagtekens plaatsen bij of dit wel of niet waar is, want:

  1. Chinezen zijn meesters in geheimhouding: vaak pas na jaren trainen wordt overwogen om je tot de binnenschool op te nemen. En dan gaat er nog jaren overheen voordat de meester misschien zijn geheimen prijsgeeft (lees bijvoorbeeld uit onze Tit Khun lijn het verhaal van Gouw Gin Hok)
  2. Dat een leraar goed is en misschien wel openlijk lesgeeft , betekent nog niet dat de leerling goed heeft geoefend.

Desalniettemin moeten we het belang van een lineage niet onderschatten. Een lineage is wel degelijk belangrijk, maar niet omdat het authentiek moet zijn (lees: perse op een bepaalde manier uitgevoerd moet worden). Het belang en kracht van een lineage zit in de mogelijkheid tot evolutie van een stijl: dat wat de meester in dertig jaar heeft geleerd in minder tijd aan zijn leerling over te dragen. Hierdoor heeft de leerling extra tijd om de kunst nog beter te maken. Een lineage is daarbij eigenlijk niet meer en niet minder dan  kennis en vaardigheid die generatie op generatie is doorgegeven en doorontwikkeld. Het grote voordeel is dus dat wij niet het wiel opnieuw hoeven uit te vinden. Tegelijkertijd is het ook een valkuil: dat wat wij geleerd krijgen is geen eindpunt, maar juist een vertrekpunt! Het is de bedoeling dat wij de kunst verbeteren en dus ook veranderen, want de kunst leeft.

Ga Fung

八段锦 – 8 brokaat oefeningen

Baduanjin is een wijdverbreid rek- en strek oefensetje bestaande uit acht losse oefeningen. Zelf vind ik het, naast de Wudang Qigong reeks, ideaal om de dag mee te beginnen!

Ga Fung

Staan, staan en nog eens staan…

Bij de meeste Chinese krijgskunsten wordt het ‘staan’ (zhanzhuang, 站樁) als een belangrijke basisoefening gezien. Sterker nog, er zijn zelfs stijlen, bijvoorbeeld Yiquan (意拳),  die hun hele lessysteem hierop hebben gebaseerd. Het ‘staan’ kom je in in vele variaties tegen: in een lage paardenstand (mabu, 馬步), op normale hoogte, met armen hoog, met armen laag, etc.  Elke variatie heeft zijn eigen voor- en nadelen en elke school zijn eigen reden waarom het ‘staan’ geoefend moet worden.

Een paar redenen waarom wij staan:

  • Zorgen voor fysieke uitlijning/constructie
    Wanneer je fysiek uitgelijnd bent, door onder andere je gewrichten te openen, kan er een vrije circulatie van bloed en qi ontstaan.
  • Cirkel/bal gewaarwording
    Na veel en correct ‘staan’ krijg je op den duur een armcirkel gewaarwording.
  • Rust vinden
    Rust vinden is het makkelijkst door zo min mogelijk te bewegen. Door het open zijn ontstaat er de mogelijkheid om af te dalen in jezelf en in het moment te komen.

Om de fysieke voorwaarden te creëren tot goed staan is het belangrijk om aan de volgende drie aspecten te voldoen :

  1. Gewrichten moeten open zijn
  2. Hangen aan een vleeshaak
  3. Staan alsof je geduwd wordt
Ga Fung

De lente in aantocht

Hoewel de Chinese kalender al een paar weken zegt dat de lente is aangebroken is het buiten nog steeds koud. De zachte lente weer lijkt dan ook dit jaar op zich te laten wachten. Desondanks is de seizoenswisseling energetisch voelbaar. Misschien herken je het zelf wel: in plaats van de ochtend de rug toe te keren ben je eerder geneigd om ‘s ochtends je bed uit te komen en heb je plots meer drijfveer om iets te ondernemen. Dit zijn typische gevolgen van de yang qi die de lente met zich meebrengt.

De seizoensverandering, waarbij we de koude winter achter ons laten en verruilen voor een lente met opkomende yang qi, vraagt echter ook veel van ons lichaam. Als je in de winter te veel van jezelf hebt gevraagd of bij de eerste straaltjes zon van de lente te hard van stapel loopt, kunnen er makkelijk klachten ontstaan die gerelateerd zijn aan nier zwakte of lever qi stagnatie (respectievelijk gekoppeld aan winter en lente). Voorbeelden hiervan zijn: onderrugpijn, duizeligheid, hoofdpijn, hooikoorts, emotionele schommelingen, menstruatieklachten, spijsverteringsproblemen, etc. Natuurlijk kunnen we met acupunctuur heel veel van deze klachten prima behandelen, maar uiteindelijk is voorkomen beter dan genezen. Dus zorg dat je voldoende beweegt om je qi goed in circulatie te houden met bijvoorbeeld Tai Chi en Qigong oefeningen (met name de vijfde en zesde baduanjin oefeningen zijn heerlijk voor je onderrug!), en zorg dat je voeding aansluit op de seizoenen.

Ga Fung